Bouwnummer RDM-082, "Prins Hendrik Dok 3", 1923, drijvend droogdok.

Foto boven: De tewaterlating van een helft van het 12.000 tons dok voor eigen gebruik op 17 augustus 1922.

Terug naar Overzicht

Scheepswerf: RDM.
Opdrachtgever: N.V. De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, Rotterdam.
Tonnage: 12000 dwt, 18900 twvp.
Hoofdafmetingen: L = 175,00 m, B = 33,50 m, H = 15,60 m.
Voortstuwing: Geen.
Verdere gegevens:

Historie:
De tewaterlating van de 1e dokhelft vond op 17 augustus 1922 plaats.
Het uit 7 delen bestaande 12.000 tons droogdok werd geconstrueerd door de firma Von Klitzing te Hamburg. Het voorgearbeide materiaal leverde de Brückenbau-Flender A.G. te Benrat. De montage werd door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij uitgevoerd, evenals de voor de tewaterlating nodige inrichtingen, welker voortreffelijke uitvoering en grote accuratesse algemeen bewonderd werden.
In de avond en nacht van 22 op 23 september 1944 werden alle droogdokken van de RDM door de Duitse bezetters tot zinken gebracht. De commandohuizen en de motoren van de dokken werden vernield en de pompkamers lekgeslagen. Op zich was dat geen onoverkomelijke ramp voor de RDM, want een dok moet wel zeer grondig vernield worden, wil het later niet meer voor herstel in aanmerking komen.
Direct na de oorlog (eind 1945) werd dit dok nummer 3 - samen met de drie andere dokken 4, 6 en 7 - weer gelicht en, na een volledig herstel, opnieuw in gebruik genomen.
Na het faillissement van de RSV werd het dok halverwege de jaren '80 verkocht aan Niehuis & van den Berg in Pernis.

Citaten:
- 1902-1952, Een Halve Eeuw "Droogdok", 1920, blz. 90:
... ... De opleving van de scheepsbouw na 1918 bleek spoedig van korte duur te zijn. In het begin van 1920 was de werf nog vol bezet en er werkten bijna 3000 man, waaronder een honderd klinkers uit Hamburg. Opdrachten voor nieuwe schepen bleven evenwel uit en de vooruitzichten waren allesbehalve gunstig. Dit blijkt wel uit het feit, dat een opdracht voor het bouwen van 12 barges voor de Theems werd aanvaard - scheepjes niet groter dan 80 ton elk!
Het reparatiewerk werd de kurk waarop men drijvende bleef. Nu er voor enige hellingen voorlopig geen emplooi zou zijn, achtte men het wenselijk en nodig, om de bouw van een derde dok, een dok van niet minder dan 12000 ton hefvermogen, in eigen beheer uit te voeren. ... ...

- 1902-1952, Een Halve Eeuw "Droogdok", 1945, blz. 167:
... ... Dok 3 werd door middel van luchtdruk opwaarts gewerkt, een interessante bezigheid, maar waarbij uitkijken een eerste vereiste was. Toen het boven kwam, maakte het een sprong in de lucht. Uit blijdschap? Misschien! Maar ook, omdat het aan de bodem vastgekleefd gezeten had. Dit kon onomstotelijk vastgesteld worden, want de dokbodem was gevuld met een bagatel van 3500 ton ... slib! Voor de mensen die deze hoeveelheid moesten opruimen was dit, in rond Hollands gezegd, een zwaar karwei, want de naweeën van de geleden ondervoeding deden zich nog steeds gelden. ... ...

Artikelen:
- Het Schip: 082-HS.pdf.

Meer foto's:
- Foto 1: Tewaterlating van een helft van het 12000 tons dok in augustus 1922.
- Foto 2: Het begin van de afloop.
- Foto 3: De sleden verlaten.
- Foto 4: Een gedeelte van de Dokhaven met het "Prins Hendrik Dok 3" in 1923.
- Foto 5: Het "Prins Hendrik Dok 3" links achter, met op de voorgrond een 6-tal "Dockyard"-schepen.
- Foto 6: De lege dokken 7 en 3 en het hefschip "Ostrea" in de Dokhaven bij de failliete RDM.
- Foto 7: Dok 3, te niksen bij oude werf van Niehuis & van den Berg in Pernis waaraan ze halverwege de jaren '80 verkocht werd.

Bronnen:
- 1902-1952, Een Halve Eeuw "Droogdok", uitgegeven door de RDM op 23 januari 1952.
- R.E. Zwama, Rotterdam, website: http://www.zwama.de/shiplover/.
- Het Schip: Piet de Heer, TU Delft.

Terug naar Overzicht