|
Dokken, bokken en kranen, 1945, oorlogsschade RDM.
Foto boven: De - in september 1944 in de Dokhaven - door de Duitse bezetter tot zinken gebrachte droogdokken.
Terug naar Overzicht
Omschrijving:
Citaten:
-
"Een Halve Eeuw 'Droogdok'", uitgegeven door de RDM:
... ... Een Woestenij van Vernielingen.
Op de avond van 22 September 1944 verscheen plotseling een "Sprengkommando" op de werf en met het ... vermanende
zwijgen van machinepistolen werd het aanwezige personeel van de werf verwijderd en begonnen de Duitsers te arbeiden
aan de chaos.
Aan de installaties werd enorme schade toegebracht.
Ook het kantoorgebouw moest het ontgelden.
De dokken werden tot zinken gebracht.
Op zichzelf was dit laatste geen onoverkomelijke ramp, want een dok moet al zeer grondig vernield worden,
wil het niet meer voor herstel in aanmerking kunnen komen.
Met kranen is dat heel anders; die storten in elkaar, worden een hoop oud roest en zijn, als kraan,
onherroepelijk verloren.
Tijdens een rondgang over de werf, op 23 September, bleek, dat de telefooncentrale en de electrische centrale
geheel waren vernield.
Alle transformatorstations waren beschadigd, hoewel enkele nog intact waren gebleven.
De luchtcompressors en hydraulische inrichtingen waren verwoest en de omvormers onbruikbaar gemaakt.
De motoren van alle dokken hadden het lot der vernieling gedeeld, alsmede de commandohuizen.
De dokken waren in de pompkamers tevens lek geslagen. De electromotoren van de grofsmederij,
benevens de verdeelkasten van de grote smeedpers waren beschadigd.
De sleepboot "Dockyard X" was verdwenen, de bok "Bison" gezonken, de bok "Schiedam II" was gekapseisd
en hing op de eveneens gezonken bokken "Roerdomp" en "Zwaan".
De Duitse werfwacht deelde mede, dat wel mocht worden opgeruimd, doch geen reparaties uitgevoerd.
Er is toen een begin gemaakt met het bergen van de losse delen op de dokken, terwijl de telefoondienst
intussen enige noodverbindingen tot stand wist te brengen.
Uitbreiding der Woestenij.
De vernieling ging echter voort.
Op 27 September moesten vele kraanbanen hun tol betalen, behalve die, waarlangs de "Axenfels" was gezonken -
dit om schade aan het schip, dat de Duitsers vermoedelijk nog dachten te kunnen lichten, te voorkomen.
Twee dagen later werd een begin gemaakt met het doen springen van de kademuren van de Waalhaven,
honderden ruiten vielen aan scherven, stukken basalt werden omhoog geslingerd en sloegen door de gebouwen heen.
De totale glasschade bedroeg, om een enkel getal te noemen, 16.000 m2!
Ongeveer dertig huizen in het Tuindorp vielen aan de vernielingswaanzin ten prooi. ... ...
-
"Een Halve Eeuw 'Droogdok'", uitgegeven door de RDM:
... ... HERSTEL VAN DE OORLOGSSCHADE.
Weer Kosmos uit de Chaos.
De eerste weken waren wel buitengewoon moeilijk.
Met de werklieden, verzwakt door de honger periode, werd overleg gepleegd en besloten met halve dagen werken te beginnen.
Een gedeelte zou voorlopig nog in de wachtgeldregeling komen en voor de opgeroepenen bestond het werk hoofdzakelijk
in het repareren van alles, wat vernield was en in het opruimen van puin en glas.
Van lieverlede begonnen de zaken echter vlotter te lopen en kwam er weer enige tekening in het geheel.
De herstellingen aan de gehavende centrales voor electriciteit, druklucht en hydrauliek vorderden goed.
Aan de voorbereidende werkzaamheden voor het lichten der dokken werd met man en macht begonnen.
Men had aanvankelijk gehoopt het ophalen aan bergingsmaatschappijen te kunnen toevertrouwen,
maar deze waren zo overstelpt met werk, dat men zich genoopt zag deze taak in eigen beheer uit te voeren.
Men genoot echter grote steun, het worde hier met ere en dankbaarheid vermeld, van duikers, materialen
en gereedschappen, door Engelse en Nederlandse autoriteiten en eigen collega's vrijwillig ter beschikking gesteld.
Men denke zich eens in, dat er in den beginne - alsof wij uit de Ark van Noach kwamen! - geen stuk gereedschap,
zelfs geen hamer was!
Gas en zuurstof kreeg de R.D.M. uit Engeland.
Maar het was een verschrikkelijk tobben met de koppelingen, welke niet pasten en ook niet gedraaid konden worden,
omdat er geen ... banken waren!
De dokken rijzen.
In de eerste weken van Augustus 1945 was van de 7 dokken het grote 6 van de "Nieuwe Waterweg" weer boven water gebracht,
uiteraard in enigermate beschadigde toestand.
Het bleek mogelijk dit dok met de hulpvaardige medewerking der N.V. (Koninklijke) Rotterdamsche Lloyd,
welker werkplaatsen nog over draaibanken beschikten, binnen enkele weken weer bedrijfsklaar te maken.
Dok 3 werd door middel van luchtdruk opwaarts gewerkt, een interessante bezigheid, maar waarbij uitkijken
een eerste vereiste was.
Toen het boven kwam, maakte het een sprong in de lucht.
Uit blijdschap?
Misschien!
Maar ook, omdat het aan de bodem vastgekleefd gezeten had.
Dit kon onomstotelijk vastgesteld worden, want de dokbodem was gevuld met het bagatel van 3500 ton ... slib!
Voor de mensen die deze hoeveelheid moesten opruimen was dit, in rond Hollands gezegd, een zwaar karwei,
want de naweeën van de geleden ondervoeding deden zich nog steeds gelden.
Eind 1945.
Aan het eind van het jaar 1945 waren de omstandigheden in zoverre verbeterd, dat vele oude klanten, o.a.
uit Skandinavië, Engeland en Frankrijk, de relaties weer begonnen aan te knopen.
Verder waren er tijdens de bezetting in Londen reeds voorbereidende werkzaamheden aangevangen voor het bouwen
van drie schepen, bestemd voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij.
Men begrijpt het: grote vraag was er naar de dokken, waarvan er thans vier in bedrijf waren; de inwerkingstelling
van de overige kon eerst in begin 1946 worden tegemoetgezien.
De centrale krachtinstallaties waren weer op dreef en de kranen op de dokken gereed. ... ...
Meer foto's:
-
Foto 1: Enkele, in sptember 1944, door de Duitse bezetter vernielde werfkranen.
Bronnen:
-
1902-1952, "Een Halve Eeuw 'Droogdok'", uitgegeven door de RDM op 23 januari 1952.
|
|
Terug naar Overzicht
|