Terug naar Hoofdpagina

De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij

                                                                                                                           

(The Rotterdam Dockyard Company)

1902 - 1983

door: Johan Journée

E-mail: JohanJournee # ipact.nl (wijzig hier # in @ )

Laatste bewerking op 18 mei 2012

Naar de RDM-onderwerpen-index op deze pagina

De opkomst, de bloei en de ondergang van een bijzonder bedrijf.

Op 23 januari 1902 werd N.V. "De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij" (afgekort "de RDM" en later in de volksmond "de Droogdok" genoemd) opgericht, die toen in feite al een voorgeschiedenis van 46 jaar had. De RDM was de opvolger van de reeds in 1856 opgerichte firma "Duncan Christie & Zn", die - via de firma's "Christie & Nolet", "Christie, Nolet & De Kuyper", de "Societe Anonyme des Fondries et Constructions Navales de la Meuse", de maatschappijen "De Maas" en "Schoonderlo" en weer "De Maas" - uiteindelijk uitmondde in "de RDM".
Nadat de pas opgerichtte RDM gedwongen moest verhuizen van de locatie Schoonderlo, een onderdeel van Delfshaven aan de Noordelijke Maasoever, vestigde deze zich nog in datzelfde jaar in het dichtbij gelegen Heijplaat, aan de Zuidelijke Maasoever. De scheepswerf floreerde daar en op het werfterrein werd vrijwel constant gesaneerd, verbouwd en nieuw gebouwd. Havens werden gegraven en uitgediept en de grond werd gebruikt om het terrein te verhogen, teneinde de voeten bij hoogwater droog te houden. De gebouwen daar dateren uit verschillende perioden na 1902. De RDM onderhield een eigen veerdienst vanaf Schiemond voor haar werknemers, maar vanwege de afstand en het groeiende personeelsbestand werd in 1914 gestart met de bouw van het tuindorpje Heijplaat. Een goede beschrijving van de 46-jarige voorgeschiedenis en de beginjaren van de RDM wordt hier in één van haar bedrijfsbladen gegeven.
Tussen 1919 en 1928 heeft zelfs haar latere concurrent Cornelis Verolme bij de RDM in dienstverband gewerkt. Daarna ging de jonge Verolme zijn eigen weg en wel op een wijze die niet geheel met die van toenmalig scheepsbouwend Nederland strookte.
Op 14 januari 1925 nam de RDM de in 1914 opgerichtte "Scheepsbouw Maatschappij Nieuwe Waterweg" (afgekort "de NW"), aan de overkant van de Maas in Schiedam, over. Deze werf was in financiële moeilijkheden gekomen en beschikte - mèt geschoold personeel - over 3 droogdokken met een capaciteit tot 10.000 ton en over 7 scheepsbouwhellingen waar schepen tot 12.000 ton gebouwd konden worden. Daarmee verdubbelde de RDM haar aantal droogdokken. De reparatie-afdeling was steeds een belangrijke financiële pijler van de RDM. In het jaar 1926 werd bij het vergrote bedrijf zelfs het fenomenale aantal van 1401 schepen gedokt en gerepareerd, een gemiddelde van bijna 4 gerepareerde schepen per dag!
De NW had - tot haar overname in 1925 door de RDM - 135 schepen afgeleverd, in aanbouw of in portefeuille. Bij de RDM zat op dat moment bouwnummer 99 als laatste in de planning. De NW stopte daarna met haar eigen nummering en samen gingen ze als één RDM-bedrijf verder met RDM-nr 136. De nog "lege" toekomstige RDM-nrs 100 t/m 135 werden opgevuld met de gelijke NW-nrs van vóór en tijdens de overname. Een gerenommeerd hoogleraar, met het werfbedrijf in zijn portefeuille, schreef me in 2008 - na mijn aanvankelijke scepsis in deze - desgevraagd hierover: "Dat deze NW-schepen na de overname RDM-nummers kregen was niets bijzonders. Die bouwnummers waren alle NW-schepen van voor de overname. Die telden ze rap mee, want dat stond goed tegenover de buitenwereld. De tent was toch overgenomen! Dus ook de bouwnummers van de NW.".
In 1938 kochten De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij en de Dok en Werf Maatschappij Wilton-Fijenoord samen de aandelen van de Machinefabriek en Scheepswerf P. Smit Jr. In 1968 werd het door fusies een volle dochter van de RDM. Dit bedrijf bleef echter gewoon onder haar eigen naam voortbestaan. Na het RSV debacle in 1983 werd het in 1985 verkocht aan MNO Vervat en in 1987 failliet verklaard.
Tot de Tweede Wereldoorlog verviervoudigde de omvang van het RDM terrein zich tot circa 40 ha. De RDM werd dan ook één van de grootste scheepswerven van Europa, met gedenkwaardige nieuwbouwresultaten zoals de "Simon Bolivar" (1926), de "Nieuw Amsterdam" (1938), de kruiser "De Zeven Provinciën" (1950), de "Rotterdam" (1959) en de "Cunard Adventurer" (1971). Ook werden er vele complexe onderzeeboten gebouwd; in totaal zelfs 16 stuks. Ondanks deze nieuwbouw, bleef de reparatie-afdeling echter een zéér belangrijke financiële pijler van het bedrijf.
Héél opmerkelijk is dat over de bouwaktiviteiten van de RDM gedurende de Tweede Wereldoorlog zeer weinig in de hier geraadpleegde literatuur en op het Internet te vinden is. In het boek "Een Halve Eeuw Droogdok, 1902–1952" - in 1952 uitgegeven door de RDM ter gelegenheid van haar 50-jarig bestaan - komen de voor de Duitse bezetter gebouwde schepen (31 uitgegeven bouwnummers!) zelfs niet in de bouwlijst voor! Was dit (valse) schaamte van de werf, zo vlak na de oorlog? Dat was echt niet nodig, want de RDM heeft m.i. de Duitse bezetter behoorlijk tegengewerkt. Evert van der Schee noemt deze nieuwbouw in 1998 echter wel in de bouwlijst achter in zijn boek "Rotterdamsche Droogdok Maatschappij". Het schrijven van een boek met als titel "De Nederlandse Scheepsbouw in de Tweede Wereldoorlog" zou een uitdaging voor geschiedkundigen kunnen zijn! Iets in deze richting staat in een artikel van Jan Bezemer in het dagblad Trouw van 29 juni 2006: "Collaboratie Tweede-Wereldoorlog / Heulen met de Vijand".
Na aanvankelijk zéér gunstige na-oorlogse jaren kwam de Nederlandse scheepsbouw in het begin van de 60-er jaren in de problemen. De RDM ging zich vanaf die tijd - met ruim 4000 werknemers - meer toeleggen op de defensie industrie, maar trok ook opdrachten uit de offshore- en de energiesector aan. Even had de RDM zelfs meer dan 7000 werknemers in dienst.
Mede gedwongen door de politiek, ging het bedrijf in 1971 - na verschillende fusies - op in het Rijn-Schelde-Verolme (RSV) concern. Maar een hechte onderlinge samenwerking kwam niet van de grond en deze fusies werden het begin van de ondergang van de RDM. De RDM-vestiging "Nieuwe Waterweg" werd in 1978 gesloten. Ondanks de aanvankelijke (miljarden guldens!) overheidssteun aan de RSV werden de problemen steeds groter. Uiteindelijk werd de RSV (en daarmee ook de RDM) op 6 april 1983 failliet verklaard. Van de toen nog ruim 3000 RDM-ers werden er bijna 1400 ontslagen, waarvan ruim 800 (!) in het kleine Heijplaat. Naar het aantal ontslagen bij de toeleveranciers kan men alleen maar gissen. Een heel triest einde, maar toch ... ... heel veel mensen hebben jaren lang hun boterham bij of door dit bedrijf kunnen verdienen.

Daarna werd bij een doorgestarte RDM (notabene liggende in toen de grootste haven ter wereld) het werfdeel waarin van oudsher altijd het meeste geld verdiend werd - de afdeling reparatie en onderhoud - volledig afgestoten! Dat is iets wat ik nooit echt begrepen heb, maar ik ben dan ook niet deskundig op dat gebied. Het feit dat de drijvende droogdokken van de RDM gemakkelijk verkocht en afgevoerd konden worden en een sloop en afvoer van gegraven dokken, zoals aanwezig bij andere RSV-werven, veel geld gekost zou hebben zal zeker een rol gespeeld hebben.
Hoofdzakelijk voor de (af)bouw van vier Nederlandse onderzeeboten en enig ander specialistisch, nucleair en militair werk, werd in 1984 door de overheid "RDM Nederland" opgericht. In 1987 werd de naam veranderd in "RDM Technology". Deze werd in 1991 aan de dubieuze 'bedrijvendokter' Joep van den Nieuwenhuyzen verkocht, waarna het "RDM Technology Holding" ging heten. Dit kan als het definitieve einde van de doorgestarte, doch inmiddels wel zeer sterk afgeslankte, RDM beschouwd worden.
Voorafgegaan door een splitsing in "RDM Technology" en "RDM Submarines" en ettelijke reorganisaties en ontslagrondes, kwam het vroegere werfterrein met de opstallen uiteindelijk in het bezit van het "Havenbedrijf Rotterdam" en werd daar RDM-Campus - een locatie voor onderwijsinstellingen en bedrijven waarbij de nadruk vooral moest liggen op duurzaamheid - gerealiseerd. Deze nieuwerwetse RDM staat nu voor "Research, Design and Manufacturing".
Leuk bedacht, ... ... maar "mijn RDM" is sinds 6 april 1983 verleden tijd! Het enige wat daar sinds 1 mei 2004 door haar naam, locatie en werk nog enigszins aan herinnert is de Maatschappij "De Maas" (MDM), de rechtsopvolger van de oude RDM en nu een constructiebedrijf voor scheepssecties, jachtcasco's en andere staalconstructies in de voormalige Scheepsbouwloods. Met haar naam "De Maas" is, na iets meer dan een eeuw, de cirkel gerond. Zou hieruit nog weer opnieuw een RDM kunnen ontstaan?
Dat zou hier bijna vergeten worden! De aloude muziekvereniging "Dockyard" van de voormalige RDM - op 4 mei 1915 door de werknemers van de RDM als fanfare opgericht - bestaat nog steeds, zie Muziekvereniging "Dockyard". De hedendaagse ontwikkelingen in het tuindorpje Heijplaat kunnen op de website www.heijplaat.com gevolgd worden.


Mijn tijd van 1958 tot 1963 bij de RDM ... ...

Op deze voormalige Rotterdamse nieuwbouw- en reparatiewerf heb ik in mijn jonge jaren van september 1958 tot juli 1963, naast mijn studie aan de Avond-HTS in Rotterdam, met heel veel plezier gewerkt en er veel geleerd; de eerste 1½ jaar als ijzerwerkersmaat in de Scheepsbouwloods en daarna als leerling-tekenaar, opgroeiend tot tekenaar-constructeur, op de Tekenkamer Scheepsbouw. Namen van RDM-ers, die ik me na al die jaren nog herinner uit die tijd, staan hier in RDM-Collega's.pdf vermeld.


... ... en daarna.

Medio 1963 ging ik bij de toenmalige "Technische Hogeschool Delft" (later "Technische Universiteit Delft" genoemd) werken en er na mijn Avond-HTS en militaire dienst - naast mijn werk daar - in mijn vrije tijd ook studeren. Ik heb mijn studie begin 1975 voltooid en ik ben er opgeklommen tot "Universitair Hoofd Docent" (1992). In het Engels had deze functie de fraaie titel "Associate Professor". Mijn onderzoek en onderwijs bij de TU Delft richtte zich vooral op bewegingen en veiligheid van schepen en offshore-constructies in zeegang. In april 2006 ging ik er, na in totaal bijna 48 jaar in de scheepsbouw en de offshore gewerkt te hebben, met pensioen. Ik kreeg toen voldoende vrije tijd om rustig aan deze voor mij bijzonder leuke, maar toch ook wel erg arbeidsintensieve, website over de RDM te gaan werken.

De geschiedenis van de voormalige RDM, hier op het web.

Op de hieronder bereikbare webpagina's wordt sinds begin 2007 gepoogd om zoveel mogelijk informatie over de voormalige RDM weer te geven. Eerst worden alle door de RDM gebouwde schepen - per bouwnummer, naam en bouwjaar (jaar van oplevering) - beschreven. Daarna wordt de terloops gevonden informatie over reparaties en verbouwingen bij de RDM gegeven, gevolgd door de gebouwde machines en apparaten en haar "werkpaarden": de drijvende bokken, droogdokken, (sleep)boten, e.d. In totaal worden daar ongeveer 2300 RDM-foto's van 800 pixels breed of 600 pixels hoog weergegeven. Tot slot worden alle jaarverslagen en de uitgegeven personeels- en bedrijfsbladen gegeven, met daarna een gastenboek voor uw - door mij graag te ontvangen - opmerkingen.


  Klik op de onderwerpen hieronder - en de knoppen daarin - voor gedetailleerde informatie:  


Terug naar Boven

Dit inventariseren van de geschiedenis van de voormalige RDM (en al die zijpaden die je daarbij inslaat) is een erg leuke hobby, maar het is ook zeer tijdrovend. Ik heb hieraan inmiddels al ongeveer net zo veel uren besteed, als die ik vroeger bij de RDM gewerkt heb. Om met de woorden van NDSM-collega Ruud van der Sluis (zie: www.ndsm-werfmuseum.nl) te spreken: "Soms heb ik het gevoel dat ik de enige ben, die nog bij deze werf werkt!". Overigens ... ..., is een op te zetten RDM-museum in Heijplaat nog een idee, of is het daarvoor na 30 jaren al veel te laat?

Werkwijze, literatuur en hulp.

De beste start-bronnen bij het voorgaande RDM-overzicht waren natuurlijk de archieven van de voormalige RDM zelf. Deze bevinden zich in het Gemeentearchief van Rotterdam, zie: www.archieven.nl/0/toegang/184/425/. Hoewel de informatie op die website erg summier en ook niet compleet is, werd hiervan (vooral wat betreft de relatie bouwnummer-scheepsnaam-opdrachtgever) dankbaar gebruik gemaakt. Ook werd dankbaar gebruik gemaakt van de informatie en bouwlijsten in het boek "1902-1952, Een Halve Eeuw Droogdok" (in 1952 uitgegeven door de RDM ter gelegenheid van haar 50-jarig jubileum) en het boek "Rotterdamsche Droogdok Maatschappij" (door Evert van der Schee, in 1998 uitgegeven door Ilco Productions te Rotterdam). Vrijelijk beschikbare literatuur en lectuur over deze voormalige RDM kan onder meer ook hier in het overzicht RDM-Literatuur.pdf gevonden worden.
Met behulp van deze basisinformatie kon naar foto's en andere informatie over RDM-schepen op het Internet gezocht worden. Veel werd gevonden op websites en forums van rederijen en (ex-)zeelieden, zoals op het zeemansforum www.kombuispraat.com dat in 2001 opgezet werd door ex-stuurman Jos Komen. Ook heb ik veel foto's en informatie van derden gekregen, waarvoor mijn oprechte dank. Met name moet hierbij Roel Zwama uit Rotterdam - voormalig RDM-er en beheerder van de website www.zwama.de/shiplover - zeker dankbaar vermeld worden. Zonder hem zou het nieuwbouw-deel van deze website niet dat zijn, wat het nu is.
Bij de (sleep)boten van de RDM heb ik veel hulp ontvangen van Arie Aalbers (hoogleraar TU Delft), zoon van één van de kapiteins op de "Dockyard" sleepboten. Veel steun heb ik daarbij ook gehad aan het blad voor de beroeps- en recreatievaart "Sleep & Duwvaart".
Nuttige vooroorlogse informatie heb ik kunnen halen uit uitgaven van "Het Schip" en "Schip en Werf" vanaf het begin van de 20-er jaren. Deze ontving ik deels uit de nalatenschappen van de welbekende ir. Ernst Vossnack (ontwerper Nedlloyd) en van zijn vader prof. dr. E.J. Vossnack (hoogleraar TU Delft) via oud-collega Piet de Heer (TU Delft). Bij het verkrijgen van de na-oorlogse informatie uit "Schip en Werf" heb ik hulp gekregen van oud-collega Aad Versluis (TU Delft).
Begin 2011 kreeg ik (met dank aan Rob van den Broek, Rob Lampen, Albert Ringeling, Ben Bosch en Bas van Raamsdonk) de beschikking over alle personeels- en bedrijfsbladen van de RDM. Met wat aanverwante informatie betrof dit in totaal ruim 450 bladen, die allen hier in een goed leesbaar formaat geplaatst zijn. In 2012 volgden (met dank aan Peter van Vliet) de jaarverslagen van de RDM.
Door het grote aantal van 355 nieuwbouwnummers, het ontelbare aantal gerepareerde en verbouwde schepen en gebouwde machines en apparaten, de bijna 40 eigen (sleep)boten door de jaren heen, de vele drijvende droogdokken en bokken en de ruim 81 jaren dat deze werf bestaan heeft, zal deze inventarisatie echter nooit geheel voltooid kunnen zijn!

Oogmerk, bronnen, referenties en copyright (disclaimer).

Het doel van deze "non-profit" webpagina's is om alle relevante informatie over de RDM overzichtelijk en zo compleet mogelijk voor het nageslacht te bewaren. Bronreferenties worden steeds zo goed mogelijk gegeven; deze verzameling is immers voornamelijk gebaseerd op het werk van ànderen, die ik op geen enkele wijze schade wil toebrengen. Dezelfde gegevens komen vaak op meerdere plaatsen op het Internet voor, waarbij dan bij de bronvermelding een (soms dubieuze) keuze gemaakt moest worden. Wanneer een gebruikte tekst of foto na verloop van tijd van het Internet verdwenen is of als ik die niet meer terug kan vinden - dit gebeurt soms wekelijks met meerdere links - wordt simpelweg "Internet" als bron gegeven. Ik wil graag goed refereren, maar ik moet wel de kans krijgen. Ook zal ik waarschijnlijk wel ergens tekst of foto's overgenomen hebben, waar dat eigenlijk niet zomaar mocht. En natuurlijk werd hier en daar ook wel eens plagiaat gepleegd door een vergeten of verloren referentie. Ik had en heb vrijwel niets van mezelf, het is bijna allemaal van anderen. Ik verzamel en sorteer alleen maar!
In het begin heb ik steeds gepoogd om toestemming verkrijgen voor het plaatsen van een foto, tekst of citaat. Maar, als je al de juiste persoon weet te bereiken, in meer dan 90 % van de gevallen krijg je geen antwoord terug. Afgezien alle administratieve rompslomp in deze, wat moet je dan? Dus maak ik noodgedwongen veelal gebruik van het - misschien wel wat onsympathieke - "piepsysteem". Tot nu toe (dus in vijf jaar tijd) zijn er in slechts twee gevallen korte discussies ontstaan, maar ik mocht daarna toch alles laten zoals het was.
Laat het me weten als U zich hier eventueel benadeeld voelt. Dat spijt me dan, e-mail me en ik zal dan de betreffende tekst of foto onmiddelijk van de juiste referenties voorzien, deze aanpassen of deze verwijderen. Dat laatste echter liever niet. Maar nogmaals, ik wil hier beslist niemand schaden!

Nostalgie.

Links een reproductie op canvas (120 x 80 cm) van een prachtig schilderij van Nico Peeters van de Dokhaven van de RDM (zie rechts), zoals deze thuis in mijn woonkamer hangt. Dit was het uitzicht dat ik in het begin van de 60-er jaren vanuit de Tekenkamer Scheepsbouw op de Dokhaven had. Een nostalgisch plaatje! Voor andere schilderijen van deze schilder, zie: www.nicompeeters.nl.


Toekomst.


Sinds 15 april 2011 worden deze RDM-webpagina's, via webarchivering door de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, als "digitaal erfgoed" veilig gesteld. Tevens worden deze webpagina's daar behoed voor eventueel verlies door technologische veroudering en andere risico's. Daardoor blijven alle hier moeizaam verzamelde gegevens in de toekomst - ook voor diegenen nà ons - vrij en overzichtelijk toegankelijk. Zolang dat nodig is, worden de gearchiveerde bestanden op gezette tijden door de K.B. ververst. Dat betekent dat rustig aan deze RDM-website verder gewerkt kan worden tot hieronder een "In Memoriam" zal verschijnen. Compleet zal dit nooit worden. Maar, wie weet, misschien neemt ooit iemand het stokje nog eens van me over?

Terug naar Boven

Terug naar Hoofdpagina

Free counter and web stats