|
Na een aantal jaren uitstel wegens mijn studie aan de Avond-HTS,
werd ik in september 1964 opgeroepen voor het vervullen van mijn militaire dienstplicht.
Ik was van de dienstplichtigenlichting 64-5 en
had al een officiers-selectie-midweek in kamp Waterloo in Leusden achter de rug.
Mijn militaire basisopleiding kreeg ik in de legerplaats Ossendrecht bij het Wapen der Artillerie.
Na twee maanden ging ik naar de SROA (School Reserve Officieren Artillerie) in de Chassé kazerne te Breda
en zes maanden later werd ik daar
- na eerst korporaal en daarna wachtmeester te zijn geweest - bevorderd tot kornet,
ofwel vaandrig bij andere legeronderdelen, dus aspirant-officier.
We kregen daar ook nog even te maken met een ontzettend arrogant en onplezierig luitenantje,
die later de omstreden generaal Couzy (van o.a. de Couzy-test en Srebrenica) zou worden.
Hieronder staan enkele van mijn weinige foto's uit die opleidingstijd.
|
|
Van Breda ging ik eind mei 1965 naar de Leger Lucht Waarnemer School (LLWS) in Klein-Heidekamp,
vlakbij de vliegbasis Deelen in de buurt van Arnhem, voor een opleiding tot legerluchtwaarnemer.
Dat betekende daar toen naast het vliegen als leerling-luchtwaarnemer ook lessen in navigeren,
radio-communicatie, artillerie vuurleiding, tankherkenning,
verkennings- en bewakingsvluchten, polaroid foto's maken, organisatie en rangen bij de Koninklijke Luchtmacht, e.d.
Na twee - voor mij zeer interessante - maanden werd ik geplaatst bij het
300 Squadron van de Groep Lichte Vliegtuigen (GpLV) van de
Koninklijke Luchtmacht op de vliegbasis Ypenburg, in de buurt van Den Haag.
De commandant van het squadron was kapitein (en later majoor) Valstar, een zeer sympathieke man.
Als legerluchtwaarnemer heb ik ruim 250 uur (mee)gevlogen in drie typen vliegtuigen:
de DHC-2 Beaver, de Piper Super Cubs L18-C en L21-B en de Alouette III-B helicopter.
Voor geinteresseerden in vliegtuignummers en namen van vliegers uit die tijd,
zijn mijn (nog steeds bewaarde) vliegerlogboek-gegevens hier opgenomen in het bestand
LogBoek.pdf.
Het op Internet gevonden 'lot' van deze toestellen heb ik daar toegevoegd.
Je kreeg in die tijd ook nog een gevarengeld, ik meen iets van bijna tien gulden per vlieguur.
Dat verhoogde toch je bruto-salaris met gemiddeld een kleine 200 gulden per maand, veel geld in die tijd.
Ook zeer welkom toen, want we waren pas getrouwd, we woonden 'in' en we hadden nog vele materiële wensen, zoals een eigen huis.
Geheel zonder gevaar was die 'leuke vliegerij van toen' overigens niet.
Ik herinner me nog heel goed dat een van onze vliegers met een collega-waarnemer dodelijk verongelukt zijn
bij een doorstart van hun Piper Cub op een landingsstripje op de Veluwe.
Zo'n tragische gebeurtenis vergeet je echt je hele leven niet.
Ik zie nog de jonge vrouw van de vlieger voor me, die op de vliegbasis troost kwam zoeken bij zijn luchtmacht-collega's.
Op het Internet - bijvoorbeeld op
www.airliners.net
- zijn nog steeds foto’s, van vliegtuigen waar ik 45 jaar geleden in gevlogen heb, terug te vinden.
Enkelen ervan vliegen nog steeds.
Daarnaast heb ik van Gerrit van de Veen uit Nijkerk een 8-tal door hem in de 60-er jaren gemaakte prachtige foto's gekregen.
Hieronder staan de 44 gevonden of gekregen foto's van de 46 vliegtuigen, waar ik toen in (mee)gevlogen heb.
Alleen foto's van de oude Piper Super Cubs R-82 en R-83 ontbreken hier nog.
|
|
Naast het vliegen moest ik me bij het 300 Squadron bezig houden met wat lessen aan de manschappen (over zaken
waar ik ook maar weinig verstand van had) en met toezicht op het beschikbare arsenaal van topografische kaarten.
Ik herinner me nog dat het met die kaarten daar echt een 'zooitje' was.
Bij lange na waren de voor de oefeningen (en voor een onverhoopte werkelijkheid!) noodzakelijke kaarten
niet - of niet in voldoende mate - aanwezig.
Ik heb me daar met matig veel plezier en een redelijk succes mee bezig gehouden.
Daarbij heb ik wel mijn aardrijkskundige kennis van 'Nederland en omstreken' aanzienlijk kunnen vergroten.
Van het daar zeer populaire 'kaarten als werkwoord' hield ik echter niet zo erg,
maar als het moest (die vreselijke competities toen!) deed ik er toch maar aan mee.
Soms eindigde ik zelfs wat hoger (beter gezegd: wat minder laag) dan verwacht.
Ongeveer twee maanden voor het einde van mijn militaire diensttijd werd ik in de legerplaats ‘t Harde beëdigd tot officier.
Ik werd daar 2e luitenant, iets waar ik toen best een beetje trots op was.
Na een geweldige mooie tijd op Ypenburg,
keerde ik in juni 1966 naar mijn burgerbaan bij de toenmalige 'Technische Hogeschool Delft' terug.
Ik heb echter nog heel lang enig heimwee naaar deze tijd gehad!
|